Feeds:
Berichten
Reacties

Ed van der Elsken’s Amsterdam

 

Muziek waar ik veel van hou vind ik ook mooi als ik het op een simpel draagbaar radiootje hoor. Op perfecte geluidsapparatuur afgespeeld hoor je wel meer, maar het geluksgevoel dat muziek kan bewerkstelligen wordt daar niet groter van. Geluidsfanatici die alleen van muziek genieten wanneer beluisterd vanaf dure installaties zijn, als je het mij vraagt, vooral geïnteresseerd in de hardware. Dit als inleiding op een kleine kwestie bij het uitgeven van fotoboeken.

Zojuist verscheen een nieuwe (derde) druk van het prachtige fotoboek van Ed van der Elsken ‘Amsterdam! Oude foto’s 1947-1970′. Bij de presentatie van die herdruk (in het Stadsarchief Amsterdam) werd herhaaldelijk verkondigd hoe fijn het toch was dat het boek er weer is, en dat vooral omdat de vorige (tweede) druk uit 1988 van het boek van zo’n slechte kwaliteit was geweest.

Nou ben ik zijdelings bij die tweede druk betrokken geweest, dus ben ik even gaan graven in mijn geheugen.

De eerste druk van het boek was in 1979 bij Van Holkema & Warendorf verschenen, een wat in die tijd heette ‘algemene’ uitgeverij (in tegenstelling tot een ‘literaire’ uitgeverij), waarmee bedoeld werd dat er een allegaartje verscheen: van kinder- en kookboeken tot tweederangsromans, en een enkele keer zoiets als een fotoboek. Alles wat verkoopbaar was. En de boeken van Van der Elsken waren goed verkoopbaar in die tijd – hoewel De Bezige Bij, zijn eerste uitgever, daar toen anders over dacht. De eerste druk van ‘Amsterdam!’ schijnt een oplage van tienduizend exemplaren te hebben gehad, en je hoort ook wel eens dat het er nog meer waren.Van Holkema & Warendorf had al de boeken ‘Eye love you’ (in 1977) en ‘Hallo’ (in 1978) van Van der Elsken uitgegeven. In 1980 gaven ze ook nog ‘Avonturen op het land’ uit, maar het succes van ‘Amsterdam!’ leek eenmalig te zijn. In ieder geval was het boek halverwege de jaren ’80 niet meer leverbaar.

Voor ik zelf Boekhandel De Verbeelding begon (later Uitgeverij & Boekhandel), werkte ik van 1968 tot 1983 bij Uitgeverij & Boekhandel Van Gennep (in mijn tijd in de Nes, later zijn ze verhuisd naar de N.Z.Voorburgwal). De drijvende kracht en naamgever van dat bedrijf, Rob van Gennep, met wie ik goed bevriend bleef, had net als ik ook belangstelling voor fotoboeken. In 1987 vroeg hij me raad: of ik dacht dat het een goed idee zou zijn om Ed van der Elsken’s ‘Amsterdam!’ opnieuw uit te geven. Het plan was om een betaalbare herdruk te maken – in die tijd was het mode geworden om van succesvolle boeken (meestal romans, overigens) goedkope herdrukken te maken, met de bedoeling daarmee een ander publiek aan te spreken.

Het probleem was dat van de eerste editie van ‘Amsterdam!’ geen materiaal meer beschikbaar was. Van Holkema & Warendorf had de platen niet laten bewaren – niet ongewoon in die tijd. Daarom besloot Van Gennep om een drukker het oude boek, de eerste druk, pagina voor pagina te laten fotograferen, om op die manier eenvoudig een herdruk te kunnen maken. Helaas is dat niet altijd zorgvuldig gedaan, ik vermoed dat tussendoor nooit iemand iets is gaan controleren – de boeken werden op een gegeven moment gewoon door de drukker afgeleverd.

Om de kosten zo laag mogelijk te houden werd het boek niet via het Centraal Boekhuis verspreid, maar via Modern Antikwariaat Van Gennep aan de N.Z.Voorburgwal in Amsterdam, een onderdeel van het Van Gennep bedrijf. Dat gaf het boek weliswaar een ramsj-tintje, maar dat vond Rob van Gennep helemaal niet erg. Medefinancier werd Boekhandel De Slegte, die, meen ik, 3000 exemplaren afnam van de oplage van tienduizend. Andere boekhandels, zoals De Verbeelding, namen het boek in kleinere porties af. Zo lukte het om een mooi, groot fotoboek voor f 24,90 (gulden! = 11,30 euro, voor de slechte rekenaars) in de handel te brengen.

Nog steeds vind ik dat een goed idee – voor een zeer lage prijs zijn er zo weer 10.000 exemplaren in omloop gebracht. Waarom in het colofon niet is verklaard hoe een en ander in elkaar zat weet ik niet. Ik vermoed dat Van Gennep niet wilde laten weten, of het te ingewikkeld vond om uit te leggen, dat het zonder De Slegte niet zou zijn gelukt, en daarom maar helemaal afzag van een uitgeversvermelding.

Er bestaan nu dus drie edities, de eerste uit 1979, de tweede uit 1988, en de derde uit 2014. De producenten (een driemanschap: initiatiefnemer Top Notch, drukkerij Lecturis en Uitgeverij Bas Lubberhuizen)  geven hoog op van de drukkwaliteit van deze nieuwste editie, en heel precies gekeken hebben ze gelijk. En natuurlijk moet er zorgvuldig met het werk van een kunstenaar worden omgegaan, en is het de taak van de rechthebbenden om het beste na te streven.

Maar ik heb alle drie de edities naast elkaar gelegd, en merk dat ik, net als wanneer ik een mooi nummer op een draagbaar radiootje hoor, hoe dan ook door de foto’s gegrepen word – in welke editie dan ook. De foto’s van Van der Elsken zijn altijd goed, hoe je ze ook gepresenteerd krijgt. De inhoud, de kracht van het beeld, overheerst iedere keer weer. Ik denk dat de kopers van de eerste en tweede druk van het boek er net zo veel plezier aan hebben beleefd als de kopers van de nieuwe druk dat zullen hebben. En niet dat je pas nu echt van het werk kunt genieten.

Op een curieuze en wrange manier kreeg ik, na mijn rolletje als praatpaal voor Rob van Gennep in 1988, later nog weer een rol bij het boek. Rob van Gennep overleed in 1994, slechts 57 jaar oud, aan ALS. Zijn favoriete onderdeel van Uitgeverij en Boekhandel Van Gennep, het Modern Antikwariaat, werd door mij overgenomen en voortgezet, althans tot 1999, toen de zaken inmiddels zoveel minder gingen dat ik de winkel, evenals mijn eigen Boekhandel De Verbeelding, heb gesloten. Maar in die periode had ik het beheer, als distributeur, over ‘Amsterdam!’.

Enfin, het boek is er nu weer. Andere tijden, andere mogelijkheden, andere inzichten, andere oplages. Maar nog steeds: ijzersterke foto’s.

Fred Schmidt, De Verbeelding

(uitgever van Ed van der Elsken’s ‘My Amsterdam’ (2005, samengesteld door Martin Parr), van de heruitgave van ‘Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés’ (1999), en van ‘Hongkong’ (1997, coproductie met Dewi Lewis Publ.)

 

De laatste dag van Boekhandel De Slegte

Er zijn de afgelopen decennia een hoop boekhandels in Amsterdam verdwenen: Schröder & Dupont van de Keizersgracht, Moderne Boekhandel Bas uit de Leidsestraat, Lankamp & Brinkman van de Spiegelgracht, Scheltema & Holkema van het Rokin, Urbi et Orbi van het Rokin, Vermeulen van de Grimburgwal, Van Gennep uit de Nes, de Hoofdstadboekhandel uit de Kalverstraat, Ten Have uit de Kalverstraat, Samson van de Hobbemakade, Kirberger & Kesper van de Oude Turfmarkt, Art Book uit de Van Baerlestraat, De Verbeelding uit de Utrechtsestraat, Nijhof & Lee uit de Staalstraat, Pegasus uit de Leidsestraat, Allert de Lange van het Damrak, Wijnand Laroo uit de Linnaeusstraat, Orlando van het Oosterpark, de AP-boekhandels, de Jan Haverman winkels, Favié uit de Rijnstraat, Avant Garde uit de Gerard Doustraat, Au Bout du Monde van het Singel, Joachimsthal van het Europaplein – allemaal winkels waar ik wel eens binnen ben geweest, ik ga me er vast nog meer herinneren. Bovendien zal Scheltema aka Selexyz aka Polare van het Koningsplein verdwijnen.

En als voorlopig klapstuk is nu ook Boekhandel De Slegte uit de Kalverstraat verdwenen.

Aan De Slegte heb ik goede herinneringen. Honderden boeken moet ik er hebben gekocht, op de bovenverdiepingen waar het antiquariaat zat, en op de begane grond waar de uitgeversrestanten (ook wel ramsj genoemd) lagen. Hugo Brandt Corstius, ik meen als Piet Grijs, merkte in een column al eens op dat er geen boekhandel was waar titels zo lang in omloop werden gehouden. Daar konden andere boekhandels een voorbeeld aan nemen.

De Slegte kocht restvoorraden van uitgevers op en verkocht die vervolgens voor een lagere prijs in zijn 27 winkels in Nederland en België.

Het filiaal in de Kalverstraat in Amsterdam was het vlaggenschip. Tot 1977 zat die winkel overigens in een ander pand in dezelfde straat, aan de Rokin kant, maar dat werd bij de brand in Hotel Polen (33 doden) geheel verwoest. Daarna is de zaak verhuisd naar de overkant. De zaken gingen, ook daar, de laatste tijd steeds minder – de directeur/eigenaar, vierde generatie De Slegte, was al jaren geleden door de bank wegens gebrek aan vertrouwen in zijn kwaliteiten aan de kant gezet. Ingehuurde managers moesten de boel vlot trekken, maar het deel van de familie De Slegte dat het onroerend goed had geërfd (het bedrijf zelf was aan de achterkleinzoon nagelaten) had al aangegeven de panden net zo lief aan anderen, met meer huuropbrengst, te willen gaan verhuren…

De toekomst van het bedrijf zag er, kortom, al jaren somber uit. De alsmaar dalende boekverkoop eiste zijn tol, en op verkoop via internet werd veel te laat ingespeeld. De genadeklap werd uitgedeeld toen het bedrijf in 2012 in handen viel van een investeringsbedrijf, ProCures, dat ook de noodlijdende boekhandelsketen Selexyz kocht. ProCures dacht door de Selexyz winkels en de De Slegte winkels per stad samen in nog maar één pand te vestigen, onder de nieuwe naam Polare, van de leegkomende panden, vaak op goede locaties, het huurcontract met winst te kunnen doorverkopen. Een keer lukte ze dat ook, in Den Haag, maar de eigenaren van de panden in bijvoorbeeld Amsterdam (zoals de onroerend goed tak van de familie De Slegte) piekerden er niet over om derden aan hun panden te laten verdienen. Een misrekening dus, en in sneltreinvaart ging Polare failliet. Er waren grote schulden; zelfs de rekeningen voor de aankoop van de boekenweekgeschenken 2012 en 2013 waren nog niet betaald.

Het pand van De Slegte in de Kalverstraat moest op korte termijn worden ontruimd, alle boeken moesten zo snel mogelijk de deur uit. Een deel werd vrijdag 7 maart geveild. Op de laatste dag dat de winkel open zou zijn, zaterdag 8 maart j.l., ging ik uit sentimentele overwegingen nog een keer kijken. Ik was er niet alleen een groot deel van mijn leven klant geweest, maar ook in mijn uitgeversjaren kocht De Slegte altijd de restanten van Uitgeverij De Verbeelding op, hielp op die manier de te langzaam verkopende titels aan een tweede leven, en hielp daarbij en passant om De Verbeelding op de been te houden.

Goede herinneringen dus. Ook omdat de inkoper van De Slegte als enige van alle inkopers in boekenland ook blij was met die boeken, en ze mooi vond. Van de reguliere boekhandels heeft nooit iemand zich verheugd getoond bij weer een nieuw fotoboek. ‘Zulke boeken verkopen wij niet’ was wat mijn vertegenwoordiger vaak te horen kreeg – niet alleen in de provincie, maar ook bij de meest gerenommeerde boekhandel van Amsterdam.

Die laatste zaterdag ging wat nog over was voor twee euro per boek weg – ik kocht nog twee boeken. De winkel zag er spookachtig uit, eigenlijk al ontmanteld. Links en in het midden een ordeloze zooi boeken, rechts in (!) de winkel stonden twee bestelbusjes al klaar om de laatste troep in te kunnen gooien. Een troosteloze aanblik. Om de hoek, bij café Scheltema op de Nieuwezijds dacht ik nog eens aan de aardige gesprekken die ik daar heb gehad met die inkoper.

De volgende dag, zondag 9 maart, was ik, na een lezing bijgewoond te hebben bij het American Book Center op het Spui, toevallig weer in de buurt. Aan mijn gezelschap wilde ik de troosteloze aanblik van die bestelbusjes in de De Slegte winkel door de etalageruiten heen laten zien – ik vermoedde dat ze nog aan het opruimen waren. Door de drukke Kalverstraat kwamen we bij de winkel, die toch nog open bleek te zijn, nog was niet alles op. Er voor stond een soort marktkoopman, luidkeels roepend: ‘Alle boeken gratis! Neem mee! Alle boeken gratis!’. Lege dozen werden uitgereikt, en zo verdween het laatste restje voorraad; voorbijgangers gingen met dozen vol boeken weg. Alleen maar zodat de curator dan minder hoefde te sjouwen.

Ook ik nam nog maar het een en ander, en niet het minste, mee: twee delen van de briefwisseling Ter Braak – Du Perron van Van Oorschot, een pamflet van Du Perron, Vriend of vijand, uit 1930, de bundel Samen uit samen thuis van Erik Terduyn (pseudoniem van de fotograaf Emiel van Moerkerken), een uitgave uit 1957 van Van Oorschot, diverse titels van Henk Romijn Meijer, waaronder een eerste druk van zijn debuut Het Kwartet, uit de serie Contact-Foto-Pockets het deeltje De Provence, nog wat dichtbundels, een boek van Dirk van Weelden, een boek van de Hongaarse schrijver Peter Nadas, de brieven die Theun de Vries in de oorlog aan Simon Vestdijk schreef, en Argusogen, Bram Wisman’s Geschiedenis van de Nederlandse persfotografie.

Ziet de toekomst van het boek er zo uit: dat we in winkelstraten mensen moeten smeken de boeken in godsnaam gratis mee te nemen? Of hebben we het dieptepunt van de neergang bereikt, en is het aantal boekenliefhebbers en lezers en de hoeveelheid overgebleven boekhandels nu met elkaar in evenwicht?

Ik was altijd de somberste mens uit het boekenvak. Mijn boekhandel heb ik al vijftien jaar geleden gesloten – zag er toen al geen gat meer in – en tweeëneenhalf jaar geleden ben ik ook gestopt met mijn uitgeverij. Een doemdenker vond men mij. Maar bij nader inzien was ik nog lang niet somber genoeg. Wat er de afgelopen maanden, weken in boekenland is gebeurd kon zelfs ik niet bevroeden. Démasqué der schoonheid, om met Ter Braak te spreken. Wat een ontluistering.

Fred Schmidt, v/h Uitgeverij & Boekhandel De Verbeelding

Polare & De Slegte

1 februari 2014 

Is er leven na Polare?

 

Dat boekhandelketens Selexyz en De Slegte in handen van dezelfde ondeskundige beleggers zijn gekomen is een ramp gebleken, niet in het minst voor De Slegte. Nergens valt die naam nog, en niemand lijkt te beseffen dat De Slegte een belangrijke factor is in de boekenwereld.

Daar wordt aan de vaak uitstekende titels die slecht of te langzaam verkopen een tweede leven gegund. Als De Slegte verdwijnt zullen deze titels in de toekomst in de papiermolen verdwijnen.

Er is al veel gezegd over de onzinnige naamsveranderingen, van Scheltema, Donner, Broese etc., naar BGN, naar Selexyz, naar Polare, maar dat de naam De Slegte  geheel is verdwenen is een regelrechte blunder. Juist die toevoeging had een extra aantrekkingskracht kunnen betekenen (Selexyz & De Slegte, of nog beter, Scheltema & De Slegte etc.). Nu weet niemand waar De Slegte gebleven is.

De groep boekhandels die nu Polare heet is al jaren het spoor bijster. Zo’n jaar of vijftien, twintig geleden waren ze er van overtuigd de kleinere boekhandels overbodig te zullen maken: tenslotte hadden zij alles, dus waarom zou je als consument nog ergens anders naar toe gaan? 

Toen de boekenmarkt grotendeels een bestsellermarkt werd, dachten de winkels van de boekhandelsgroep (toen nog BGN) er slim aan te doen om zich te gaan profileren als een soort grote AKO’s of Bruna’s: enorme stapels van de bestverkopende titels voorin de winkels, en de rest van de voorraad verminderen. Dàt is de fout die er gemaakt is, en waardoor de echte boekenliefhebber er liever niet meer kwam.

De verkoop van boeken loopt al jaren terug, en die gaat echt niet meer stijgen. Het is daarom beter dat die hele Selexyz/Polare onzin verdwijnt – misschien geeft dat wat extra verkoop aan de overblijvende zelfstandige boekhandels. Hopelijk kan De Slegte nog ontvlochten worden uit de Polare-puinhopen en een nieuwe start maken.

Bitter is het natuurlijk wel dat het gezamenlijke boekenvak, via het Centraal Boekhuis, de rekening zal moeten betalen. Toch is het beter dit te slikken dan nog langer te luisteren naar een manager die denkt dat als hij de komende vier maanden de rekeningen maar even niet hoeft te betalen alles goed zal komen.

Fred Schmidt

v/h Uitgeverij & Boekhandel De Verbeelding

 

PhotoQ Bookshop

 

1 september 2012

PhotoQ Bookshop

 

Zojuist geopend: een nieuwe fotoboekenwinkel (pardon, bookshop) in Amsterdam. Niet de eerste – eind jaren ’70 van de vorige eeuw was een paar jaar lang in de Leidsestraat de Canon Photo Gallery Bookshop gevestigd, en in de Nes en de Jordaan zijn er kort ook winkeltjes geweest die het met de verkoop van fotoboeken hebben geprobeerd. Kunstboekhandels als Art Book, Nijhoff & Lee en Lankamp & Brinkman, allemaal verdwenen. En natuurlijk Boekhandel De Verbeelding, die precies dertig jaar geleden de deur opende, in 1983, en die precies vijftien jaar geleden, in 1998, diezelfde deur weer sloot (om vervolgens wel nog eens vijftien jaar door te gaan als uitgeverij).

Nog niemand heeft het met de verkoop van dit product lang volgehouden – ook de zelfverklaarde opvolger van De Verbeelding, Schaden.com in Keulen, bestaat sinds enige tijd alleen nog als internetwinkel (en staat daarnaast op fotobeurzen en -manifestaties).

Gelukkig is er nog enige boekenverkoop in de fotomusea, maar dat stelt helaas niet heel veel voor. Het Fotomuseum in Rotterdam heeft in ieder geval nog een soort winkel, maar nauwelijks bezoekers – in het Fotomuseum in Den Haag staan alleen wat boeken in een groot aquarium, en in FOAM worden voornamelijk boeken en catalogi bij lopende tentoonstellingen verkocht (soms wel veel). Maar de                    aparte winkel die FOAM laatst om de hoek in de Vijzelstraat heeft geopend staat al weer op het punt te worden gesloten.

En toch, in het sombere en sobere jaar 2013 doet iemand een nieuwe poging. Dapper, of dom?

De aanpak waar de PhotoQ Bookshop voor heeft gekozen lijkt verstandig. In een ruimte waar al een fotogalerie is gevestigd, waarmee de huur wordt gedeeld, zijn wat tafels neergezet waarop boeken liggen uitgestald. Het lijkt niet op zo’n ouderwetse boekwinkel – geen wanden met boeken, en dus geen grote investering in voorraad. De boeken die er liggen (niet erg veel overigens, als bij de opening iedereen een boek had gekocht, was de zaak in een keer leeg geweest) zijn uitsluitend van recente datum. De kersverse boekhandelaren willen alleen ‘actuele’ boeken, zelfs de nog niet zo heel oude titels van De Verbeelding passen niet in het assortiment. Ergens ook wel begrijpelijk – door de recente ontwikkelingen bij het uitgeven van fotoboeken (voornamelijk in eigen beheer) is er absoluut behoefte aan een plek waar je al die eigen producties kunt bekijken.

Toch is het vreemd dat zoiets als geschiedenis niet lijkt te bestaan. Hoe zijn we gekomen waar we nu zijn, wat ging er aan vooraf, lijkt in de huidige tijd niemand meer te interesseren. Je eigen ding doen, dat is het, de rest is niet van belang. En door niet naar het verleden te kijken kun je lekker denken dat je alles wat je doet zelf hebt bedacht en uitgevonden.

Maar juist daar zou een boekhandel een rol kunnen vervullen, een theoretisch kader verschaffen: laten zien wat er hiervoor was: van Magnum, tot Piet Zwart, tot Jacob Olie. Al die generaties bij elkaar geeft je eigen werk een plek, of misschien het inzicht dat je er nog niet helemaal bent.

Maar laten we wel zijn: die ouderwetse winkels stampvol boeken hadden uiteindelijk ook geen bestaansrecht. Eén probleem waar boekhandels vroeger veel last van hadden lijkt niet meer te bestaan. De gevreesde winkeldief gaat inmiddels de deur voorbij – in de huidige tijd is de heler voor boeken waarschijnlijk verdwenen – gelijk met de klanten overigens. Zal de PhotoQ Bookshop ook vijftien jaar  blijven bestaan? Het lijkt, nu winkels het sowieso moeilijk hebben, onwaarschijnlijk.  Maar je zou, voor het fotoboek, het liefst willen dat het deze keer wel lukt.

Fred Schmidt, v/h Uitgeverij & Boekhandel De Verbeelding

 

Antiquariaat De Verbeelding

De al maar teruglopende verkoop speelde natuurlijk een belangrijke rol. Daardoor werd het zo langzamerhand te duur om aangesloten te blijven bij het Centraal Boekhuis (het bedrijf dat in Nederland zo goed als alle verschenen boeken voor uitgevers levert aan bijna alle boekhandels). Zonder dat lidmaatschap bereik je boekhandels niet meer; boekhandels die bovendien de moeilijker te verkopen titels toch al niet meer wilden inkopen.
Daarnaast zal het steeds lastiger worden om de vaak broodnodige subsidie bij het publiceren van kunst- of fotoboeken te verwerven. En zelfs als dat af en toe nog wel zou lukken: het deel van de kosten dat de uitgever zelf moet investeren (ca. 60%) is, door de steeds mindere verkoop, niet meer terug te verdienen.
Daar komt het verstrijken van de tijd bij: 48 jaar in het boekenvak (sinds 1963), waarvan bijna 29 jaar als kleine, ploeterende, zelfstandige boekhandelaar en uitgever – ik vind het mooi geweest. Boekhandel De Verbeelding moest al in 1998 stoppen (de problemen zijn niet van vandaag of gisteren), nu staakt ook Uitgeverij De Verbeelding de activiteiten.
Maar: wij komen terug. Vanaf heden (november 2011) wordt de strijd om het bestaan voortgezet door (web) Antiquariaat De Verbeelding. In eerste instantie met de verkoop van archiefexemplaren van Uitgeverij De Verbeelding (bijna alle 115 verschenen titels zijn, zolang de voorraad strekt, leverbaar via http://www.verbeelding-fotoboeken.nl) en binnenkort zal het aanbod worden uitgebreid met prints en fotoboeken van zowel binnen- als buitenlandse fotografen.
Eens boekenliefhebber, altijd boekenliefhebber.
Fred ‘De Verbeelding’ Schmidt

 

‘Markt fotoboeken blijft groeien’?

 

Naast Paris Photo, die patserige miljonairsfair in de verhuurkelder van het Louvre voor champagne-drinkende nouveaux-riches, waar de Erwin Olaf-kitsch voor Echte Kunst (groot formaat, tenslotte) wordt aangezien, was de gelijktijdig in een wat afgelegen wijk van Parijs georganiseerde alternatieve fotoboekenbeurs ParisOff een verademing. Met enthousiaste en enthousiasmerende, over het algemeen jongere, fotografen die hun eigen weg gaan. De toekomst van het fotoboek zag je er – wat een hoopvolle gebeurtenis voor iemand die de verkoop van fotoboeken in het afgelopen decennium praktisch heeft zien instorten en bijna zien verdwijnen.

Kort daarna alweer een evenement: een fotoboekenmarkt in Huis Marseille. De kop van het verslag hierover op de website van PhotoQ (d.d. 12-12-2010) luidt: ‘Markt fotoboeken blijft groeien’. Hilarische kop natuurlijk – altijd zijn er mensen te vinden die na een gezellige dag meteen gaan overdrijven. Verder lezend blijkt dat overigens vooral de optimistische opinie te zijn van een deel van de aanwezige grafische ontwerpers, die zo hun lucratieve winkeltjes aan het beschermen zijn. Het verslag eindigt aldus: ‘In een belendende ruimte (van de lokatie waar de bijeenkomst zich afspeelt) werden veel fotoboeken bekeken (!) en verkocht. (…) Het evenement trok ca. 300 bezoekers’. Need I say more. Driehonderd bezoekers, waarvan een groot deel zelf fotograaf of ontwerper. Elkaars werk bekijken en kopen is prima, natuurlijk, maar om dat nou een ‘groeiende markt’ te noemen. Galeriehouder/vormgever/uitgever Willem van Zoetendaal (verder een reuze aardige man, hoor) voorspelt ‘dat er de komende jaren nog meer fotoboeken zullen verschijnen dan de afgelopen jaren al het geval is’. Tja. Dat kun je makkelijk zeggen, er van uit gaand dat de oplage van al die toekomstige fotoboeken meestal één zal zijn (tenzij familie of vrienden ook wel een exemplaar willen – dan worden het er al gauw vier of vijf), zelf gemaakt via Apple’s Iphoto, of bij een van de vele nieuwe internetbedrijfjes als Blurb.com.

En dankzij ons mooie subsidiestelsel kan er af en toe een gesubsidieerd fotoboek verschijnen in een wat grotere oplage (maar voor het voortbestaan van dat mooie subsidiestelsel moeten we ook al vrezen).

De echte markt, voor door een uitgeverij uitgegeven serieuze fotoboeken, is helaas niet meer bestaand. Het oude, ouderwetse systeem (een uitgever produceert, verkoopt aan de boekhandel, die weer verkoopt aan het publiek) functioneert niet meer. Voor een deel ligt dat aan de boekhandels, die tegenwoordig alleen nog als doorgeefluik van bestsellers (thrillers, kookboeken) fungeren, maar ook het publiek laat het afweten. Een brede verspreiding van fotoboeken is hiermee van de baan. Jammer, maar het is niet anders.

Het nieuwe, zeg maar digitale systeem dat daarvoor in de plaats aan het komen is, of al gekomen is, betekent de redding van het fotoboek. Kleinschaligheid is het noodzakelijk gevolg, en de boeken zullen alleen bij speciale gelegenheden als ParisOff getoond en verkocht kunnen worden (en via de eigen websites van fotografen), maar artistiek gezien is het resultaat misschien wel zo interessant, en vaak zelfs een verbetering. Echter, om die ontwikkeling nu een ‘groeiende markt’ te noemen, is regelrechte onzin. We moeten blij zijn dat er van een zo goed als verloren gegane markt iets te behouden blijkt – met veel dank aan de ontwikkelingen in de digitale wereld. Een ‘markt’ voor fotoboeken is er niet meer. Fotoboeken zelf zijn er gelukkig nog wel.

 

Fred Schmidt, Uitgeverij De Verbeelding

 

PS. Dit artikel werd geschreven als reactie op een verslag van de Fotoboekenmarkt, gehouden op 12 december 2010 in Huis Marseille, op de website http://www.photoq.nl.

 

Kees Scherer, Sanoma & De Verbeelding

De Verbeelding is een uitgeverij voor fotoboeken, met als voornaamste specialisme de geschiedenis van de Nederlandse fotografie, van Jacob Olie tot Ed van der Elsken. Het is een eenmansbedrijfje, en eigenlijk meer een hobby dan een echt bedrijf. De meeste boeken die er verschijnen kunnen zonder subsidie en/of sponsoring niet gepubliceerd worden – de productiekosten zijn namelijk altijd groter dan de mogelijke opbrengst uit verkoop. Die ene man, ondergetekende, is zowel uitgever, boekhouder, productiebegeleider, secretaresse, postkamermedewerker en redacteur. En bovendien huisman, want om de zaak draaiende te houden is zijn echtgenote fulltime kostwinner.

Tot ieders tevredenheid overigens: hij blij met de mogelijkheid zijn culturele taakje te kunnen doen, zij stoer degene die dat mogelijk maakt.

Kees Scherer (1920-1993) vond en vind ik een aparte fotograaf. Wereldreiziger in een tijd dat dat nog iets bijzonders was (met de boot naar Amerika). Zijn beste werk maakte hij in de jaren vijftig en zestig, gewoon thuis in Amsterdam, en op reizen die hij maakte voor o.a. Margriet en Avenue.

Ook schijnt Scherer (ik heb hem helaas nooit ontmoet) een beetje een rouwdouwer te zijn geweest: grote mond, losse handjes, in ieder geval iemand die geen blad voor de mond nam.

In oktober 1985 werd hij echter getroffen door een herseninfarct, en sindsdien kon hij niets meer: niet meer spreken, of schrijven, en niet meer fotograferen. Hij werd opgenomen in een verpleegtehuis, waar hij acht jaar later overleed. Een dramatische periode, voor hem, en voor zijn omgeving.

Om zijn werk onder de aandacht te houden, richtten vrienden in 1987 de Stichting FotoArchief Kees Scherer op. Zijn werk werd mede daardoor in de jaren negentig herontdekt, en opnieuw uitgegeven in een drietal boeken, die nu al weer lang zijn uitverkocht.

Op mijn lijstje van fotoboeken die er ooit absoluut eens zouden moeten komen stond dan ook: een mooi boek over Kees Scherer. Dat verlangen had ik wel eens uitgesproken tegen Annick Visser (vroeger van Margriet), de onvermoeibare gangmaker van de Kees Scherer Stichting.

En zo werd ik op een dag in april 2006 gebeld door Auke Visser (geen familie), een van de bestuursleden van de Kees Scherer Stichting. Althans gebeld – ik werd gebeld door zijn secretaresse, om me te vertellen, er op voor te bereiden, dat Auke mij zo dadelijk zou bellen. Meteen al een bijzondere ervaring, voor iemand als ik, met m’n eenpersoons-hobby-bedrijfje. Met wat een efficiëntie werd ik hier geconfronteerd! Zo verdeed Auke geen tijd als ik er onverhoopt niet was geweest om de telefoon aan te nemen. Een indrukwekkende ervaring voor iemand die nog nooit in een echt bedrijf heeft gewerkt. Zo gaat dat dus!

En zo kreeg ik een directeur van Sanoma aan mijn keukentafel, tevens kantoor, die bovendien in gezelschap was van de voorzitter van de Kees Scherer Stichting. Die voorzitter zou met wat fantasie een collega van me genoemd kunnen worden, want hij was een gepensioneerd, ooit succesvol, uitgever, die bovendien bevriend was geweest met Scherer, en boeken van hem had uitgegeven. Daar zat ik dan, hobbyist, tegenover dit geslaagde duo. Gezamenlijk zouden wij moeten zorgen voor de publicatie van een echt oeuvre-overzicht uit het werk van de fotograaf Kees Scherer.

De voorzitter gooide meteen een ‘conceptplan’ op tafel, met ‘titelsuggesties’ (vier lullige), ‘voorstel formaat’ (het formaat van de boeken die hij ooit zelf van Scherer had uitgegeven), ‘aantal pagina’s’ (192), ‘uitvoering’ (gebonden met stofomslag, zie ook bij ‘voorstel formaat’), en, belangrijk, een ‘uitgangspunt’.

‘Als uitgangspunt wordt genomen het feit, dat Kees een mensenfotograaf is.’ ‘Mensen vormen dan ook het Leitmotiv voor het nieuwe boek. Daarnaast moeten in de keuze van het materiaal de volgende aspecten, karakteristiek voor Kees, een rol spelen: Donker en licht, tegenlicht, vogelperspectief, markten en straatleven, kinderen en oude mensen, terrassen, verkeer (trams), nachtleven, stilleven etc.’

En nu zijn we nog niet halverwege het ‘conceptplan’ van de voorzitter, die ook nog vindt dat ‘het boek, behalve met een voorwoord van de Stichting, fors ingeleid dient te worden door een in de wereld van de fotografie bekende persoonlijkheid, die …’ en dan volgen daar weer instructies voor.

Het ‘conceptplan’ van de voorzitter eindigt met de indeling van het boek. ‘In basis zal de vormgeving uitgaan van: 1 foto per pagina; 2 foto’s per pagina, een collage van 4 foto’s per pagina en een collage van 6 foto’s per pagina. Er zullen niet meer dan 68 collages voorkomen en 100 pagina’s met 1 foto.’

En toen moest het gesprek nog beginnen. Het was voorjaar 2006 – het zou nog tot 2008 duren voor het boek (bij een tentoonstelling in het FOAM) zou verschijnen, en al die tijd zou ik met die voorzitter, die karikatuur van een mens, te maken moeten hebben? Geen haar op mijn hoofd (best mooi haar nog) dat ik dat zou doen.

Ik keek nog eens naar het medebestuurslid, de heer Auke Visser, directeur van Sanoma. En iets zei me, dat ik met hem wel overweg zou kunnen. Ik schreef hem een brief, waarin ik zei dat ik met Kees Scherer graag door wilde, maar niet met de voorzitter. En toen bleek waarom Auke Visser directeur van een groot bedrijf is. Op rustige, verstandige wijze zorgde hij ervoor dat ik dat boek gewoon op mijn manier maakte, dat er subsidie en sponsoring kwam, en dat ik van de voorzitter nooit meer iets gehoord heb. Dat is knap – ik zou het niet kunnen. Hij zorgde er voor, nogmaals, moeiteloos, dat iedereen in zijn waarde bleef, dat het werk doorging, en dat hij met iedereen op goede voet bleef. Chapeau! Zo’n directeur krijgt Sanoma nooit meer!

Overigens: het bijzonder mooie fotoboek Kees Scherer: Beeldverhalen van een straatfotograaf (ISBN 978-90-78909-03-3) is voor € 39,50 te bestellen bij: www.verbeelding-fotoboeken.nl.

Fred Schmidt

Dit stuk werd geschreven voor het eenmalige tijdschrift Auke, gemaakt bij het afscheid van Auke Visser als directeur van Sanoma Men’s Magazines.

Reclame of propaganda?

Reclame of propaganda?

Propaganda is de kunst om een ander te laten geloven wat je zelf niet gelooft.

(J.Huizinga)
img121

Ook in de boekenwereld heerst de overtuiging dat boeken onverkoopbaar zouden zijn zonder de effecten die reclame en publiciteit in kranten en tijdschriften, en bij radio- en vooral tv-programma’s, op het publiek hebben. Het zou interessant zijn om eens te kunnen zien welke boeken zouden komen bovendrijven wanneer een jaar lang geen enkele publiciteit of reclame voor boeken werd gemaakt. De pers zou dat niet prettig vinden, natuurlijk, want het mes snijdt aan twee kanten. Het blad, of programma, moet gevuld worden, en de pr-afdelingen van grote uitgeverijen staan altijd klaar om de inhoud te leveren.

Op dubieuze wijze is het echter steeds meer praktijk geworden, terwijl er toch veel moois verschijnt, dat maar aan een beperkt aantal titels veel aandacht wordt gegeven. Ondanks de idiote voorwaarden van redacties van kranten en programma’s, die voortdurend ‘exclusiviteit’ bedingen, komen overal voortdurend dezelfde titels  aan bod – vaak natuurlijk ook als gevolg van de inteelt- en napraatcultuur bij de media. Zo worden ‘bestsellers’ gekweekt, gestuurd door een paar grote uitgeverijen, of conglomeraten van uitgeverijen, die vaak ook weer gelieerd zijn aan krantenconcerns. Voor deze boektitels worden dan weer bij herhaling advertenties gezet, liefst op de voorpagina’s van diezelfde kranten (die natuurlijk speciale advertentietarieven hebben voor de aan hen verbonden uitgeverijen). Kortom, de bestseller komt niet uit de lucht vallen, maar is het gevolg van een reclamecampagne die als doel heeft veel geld te genereren, en niet om de cultuur te dienen.

Handlangers van deze producenten zijn de boekhandels, die er van op de hoogte worden gesteld, door weer de pr-afdelingen van de uitgevers, welke titels zijn uitgezocht om met een publiciteitsbombardement uitgebracht te worden. Daar wordt vervolgens de inkoop van de boekhandels (tegenwoordig meestal via inkoopcombinaties) op afgestemd. Ook daar speelt de inhoud of het eventuele belang van een boek geen enkele rol meer. Kleine uitgevers met vaak interessante, buiten de mainstream vallende titels, krijgen bij aanbieding aan de boekhandels nog maar één vraag: wat is het promotieplan en wat is het reclamebudget? Geen radio of televisie voor een boek, en geen advertentiecampagne? Helaas, zegt de boekhandel dan, dat gaan we dan niet inkopen. En zo is in de afgelopen jaren het ‘moeilijker’ boek, vaak het cultureel belangrijke boek, uit de meeste boekhandels, en dus uit het zicht, verdwenen. De dictatuur van de bestseller is nu volledig.

Gelukkig, zou je zeggen, heeft het gezamenlijke boekenvak een eigen bureau in het leven geroepen om het boek te promoten: de CPNB, de Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek. Die instantie, zou je denken, moet toch opkomen voor alle boeken, en voor alle genres en rubrieken. Maar helaas, ook daar ligt de focus geheel op het aantal, en dus op de bestsellers. De oorspronkelijk voornaamste activiteit van de CPNB, de Boekenweek, is er op gericht om jaarlijks een week lang (preciezer: tien dagen) de verkoop van boeken te stimuleren door in die periode een meestal matige novelle van een bekende auteur gratis via de boekhandel beschikbaar te stellen (maar boekhandels moeten dat geschenk wel eerst van de CPNB kopen). Het gevolg van die actieweek is voornamelijk dat mensen hun jaarlijkse vakantieboek in die week kopen (want je krijgt er iets gratis bij!) en dat de boekhandels het in de weken na die Boekenweek doodstil hebben.

Daarnaast organiseert de CPNB de Kinderboekenweek, en dat is inderdaad een nuttige, leesbevorderende activiteit. Pluspunt, niets op aan te merken, zou je zeggen, hoewel ook daar door met name de kinderboekauteurs wordt gemord over de aanpak. Helaas zijn de Propaganda-activiteiten daarna uitgebreid met de zg. ‘Publieksprijs’, de ‘Maand van het Spannende Boek’, de wekelijkse lijst ‘Bestseller 60’, en de jaarlijkse ‘CPNB Top-100’. Allemaal gericht op het populaire, makkelijke boek: thrillers, kook- en dieetboeken (om-en-om natuurlijk), de verzamelde stukjes van zg. ‘Bekende Nederlanders’, etc. etc. Over degenen die menen dat het met de verkoop  van boeken tegenwoordig niet zo best gaat wordt door de CPNB onmiddellijk heen gewalst: ‘Het gaat hartstikke goed met de verkoop! Dit jaar bijna evenveel verkocht als vorig jaar! We zitten al weer bijna in de plus!’ Kortom, het Iraakse Ministerie van Informatie dient daar als inspiratiebron.

Dan moet ik weer even denken aan het jaar dat Boekhandel De Verbeelding de deur moest sluiten. De Verbeelding was, volgens de directeur van de CPNB, de enige waar het slecht ging (m.a.w., zal dus wel eigen schuld zijn). De totale omzet van boeken was dat jaar nota bene hoger dan het jaar daarvoor! Toen ik daar eens preciezer naar ging kijken, bleek dit: er was dat jaar een jubileum-Suske & Wiske stripalbum verschenen, waarvan er honderdduizenden waren verkocht. Daarin zat de omzetstijging die de bedrijfstak dat jaar kende…

Overigens gaan deze cijfers altijd over de verkoop van uitgevers aan boekhandels – dat zegt nog niets over de verkoop aan het publiek. Tja, de CPNB – ik stel voor om de naam te veranderen. Beter is: Collectieve Propaganda voor de Nederlandse Bestseller. En eigenlijk is dat woord ‘propaganda’ hier ook wat ongelukkig. Volgens Van Dale betekent het oorspronkelijk: (katholieke) activiteit om aanhangers te winnen voor zekere principes – van propaganda spreekt men vooral wanneer in het gepropageerde een ideëel element aanwezig is of verondersteld wordt, anders spreekt men van reclame’. En volgens Van Dale betekent reclame: ‘openbare aanprijzing ter bevordering van de afzet van goederen‘. Eigenlijk moet het dus worden: Reclame voor de Nederlandse Bestseller, de RNB.

img124

Boekhandel De Verbeelding deed in zijn actieve periode ook aan reclame. Maandelijks werd in NRC Handelsblad geadverteerd met De Verbeelding Boekentoptien: tien recente, interessante, goede kunst- of fotoboeken. Geen enkel verband met verkoopaantallen, gewoon de tien mooiste boeken van dat moment. Dat is propaganda.

Nog één ding. Mocht u denken: voor die moeilijke titels die boekhandels niet meer in huis nemen (en die sommige kleine uitgeverijen gelukkig nog wel maken), ga ik wel naar de bibliotheek. Mis. Want ook de Nederlandse Bibliotheek Dienst, de NBD, werkt vanuit de bestsellermentaliteit. Uitgevers bieden hun titels aan die NBD aan, die vervolgens de inkoop regelt voor alle bibliotheken in het land. Kleine uitgevers zijn al gewend dat voor alle Nederlandse bibliotheken samen meestal maar negen, of elf exemplaren van een titel worden aangeschaft. (Voor alle duidelijkheid: van bestsellers worden door de Bibliotheekdienst vaak duizenden exemplaren per titel aangekocht!). Maar steeds vaker krijg je als kleine uitgever van bv. fotoboeken een briefje terug met de mededeling: Titel niet geschikt voor bibliotheken.

En zo worden hele rubrieken door de gezamenlijke boekhandels en bibliotheken onzichtbaar gemaakt. Als u dit leest weet u dat al – anders zat u nu niet op internet te lezen – de enige plek waar sommige boeken nog te zien zijn. De operatie ver-ako-isering van het boekenvak is in ieder geval geheel voltooid.

The Lucid Eye

c2001KeukenTheLucidEyeTheP

Johan van der Keuken leerde ik kennen in 1980. In dat jaar verscheen bij Uitgeverij & Boekhandel Van Gennep, waar ik toen werkte, zijn boek Zien Kijken Filmen – Foto’s, teksten en interviews. Dit tamelijk eenvoudig uitgevoerde boek (zoals in die tijd gangbaar was) maakte indruk op me doordat de fotograaf/auteur combinaties maakte en verbanden legde die me erg aanspraken: kunst met politiek, tekst met beeld, werk met privé. Alleen al de titel van de in het boek opgenomen columns die hij schreef voor het filmblad Skrien: ‘Uit de wereld van een kleine zelfstandige’. Meesterlijk vond ik dat – hij was dan wel een kunstenaar, maar een zonder de bijbehorende pretenties, sprak uit die titel. Ook waren in het boek wat, matig afgedrukte, foto’s opgenomen uit de drie fotoboeken die Van der Keuken eind jaren ’50, begin jaren ’60, had gemaakt: Wij zijn 17 (1955), Achter glas (1957) en Paris Mortel (1963). Alledrie die boeken heb ik daarna snel aangeschaft – ze waren tweedehands toen nog vrij makkelijk, en goedkoop, te achterhalen. Heden ten dage wordt er in het antikwariaat voor deze titels respectievelijk € 595,-, € 1695,- en €1795,- gevraagd. (Van Wij zijn 17 heeft De Verbeelding in 2005 in samenwerking met Galerie Paul Andriesse nog een heruitgave gemaakt, maar die editie is ook alweer uitverkocht.)

img1131

Toen ik in 1983 mijn eigen boekhandel begon in de Utrechtsestraat bleef ik Johan daar regelmatig zien, en natuurlijk volgde ik de bijzondere films die hij maakte. In het voorjaar van het jaar 2000, ik was inmiddels van boekhandelaar uitgever geworden, belde Johan me op met de vraag of ik wilde helpen bij het uitgeven van een oeuvre-overzicht van zijn foto’s. Weliswaar was in 1998 in Frankrijk (waar hij een grotere populariteit genoot dan in Nederland) bij Cahiers Du Cinéma al een overzichtsboek van hem verschenen (Aventures d’un Regard – Films Photos Textes, eigenlijk een mooiere en uitgebreidere versie van het Van Gennep boek uit 1980), en ook was in 1991 al eens bij Fragment het fotoboek After-image / Nabeeld verschenen, maar er was een speciale reden waarom hij nu een door hemzelf samengesteld overzicht van zijn fotografische werk wilde hebben. Daarvoor was hij al in contact met, en aan het werk met, de kleine Franse uitgeverij Editions de l’Oeil. Voor deze uitgeverij was het project echter te hoog gegrepen, en Johan hoopte met een co-uitgever erbij het project toch te kunnen laten slagen. En er was enige haast, zo bleek toen ik bij hem langs ging aan de Oude Schans. Hij vertelde ernstig ziek te zijn, en had nog maar kort te leven. (Ik heb bij drie fotografen die aan het eind van hun leven nog een boek wilden aan hun sterfbed gezeten: bij Ed van der Elsken, bij Johan van der Keuken, en, recentelijk, bij Dirk Buwalda).

Met de Franse uitgever was Johan al aan het project begonnen, maar dat ging veel te langzaam – hij hoopte dat ik wat vaart achter de productie zou kunnen zetten. En ook was de financiering, natuurlijk, een probleem.

Ik besloot eerst maar eens naar Parijs te rijden om met Editions de l’Oeil te gaan overleggen. Daar bleek dat deze uitgeverij tot dan toe eigenlijk maar een ding had gedaan, of eigenlijk laten doen. Johan wilde voor het boek de mooie prints gebruiken die hij van zijn beste foto’s in de loop ter tijden had gemaakt, of laten maken. Deze prints waren over het algemeen te groot voor de scanners die in die tijd bij drukkerijen in gebruik waren, dus was er voor gekozen om de prints te laten fotograferen en van die foto’s van de foto’s digitale bestanden te laten maken ten behoeve van de boekproductie. De Franse uitgever had daarom twee Parijse fotografen naar Amsterdam gestuurd om dit karwei te klaren. Deze fotografen trokken een paar dagen in een Amsterdams hotel en maakten overdag opnamen bij Johan thuis van de foto’s die in het boek zouden moeten komen  staan. De kosten hiervoor waren,

volgens de Franse uitgever, 30.000,- gulden (het was nog gulden-tijd) plus reis- en verblijfkosten. Dat leek me een hele hoop geld voor een karweitje

img117

van twee-en-een-halve dag. Bij het overleg over voor welke drukkerij (en in welk land) zou worden gekozen, ontstond een discussie. Mijn argument dat alleen in Amsterdam ook de zieke Johan enig toezicht zou kunnen houden was natuurlijk doorslaggevend. Wel vond de Franse uitgever dat ik in dat geval zijn reiskosten zou moeten betalen als hij kwam kijken wanneer er gedrukt werd…

Gezamenlijk besloten we er een tweetalige editie van te maken, met de tekst in het Frans en het Engels (en niet ook in het Nederlands – dat zou te veel ruimte innemen).

Terug in Amsterdam, waar de tijd drong, was mijn eerste opdracht om te proberen subsidie voor deze uitgave te verkrijgen – altijd een ondankbaar werkje, omdat er vaker wordt afgewezen dan toegewezen.

Vervolgens bleek er nog een probleem te zijn. De ontwerper waar Johan al mee aan de slag was gegaan, bleek wel in staat om het ontwerp vorm te geven wat betreft het formaat en de rangschikking van de foto’s (in nauw overleg met Johan zelf), maar bleek niet in staat om dat ontwerp in het computerprogramma te plaatsen waarin het aan een drukkerij moet worden aangeleverd. Er bleek dus een tweede ontwerper nodig te zijn die dat wel kon. En dat betekende bijna dubbele ontwerpkosten…

Inmiddels had ik ook zo links en rechts bij wat fotografen geïnformeerd wat het fotograferen van zo’n 400 foto’s zou mogen kosten (zonder in details te treden). De prijsopgaves wisselden, maar het bleek altijd tussen de 6000,- en 9000,- gulden te zijn. Met andere woorden: verschrikkelijk veel minder dan de prijs die de Franse uitgever opgaf. Ik besloot de Franse uitgever, ook omdat het nodig was voor de subsidieaanvraag, om een kopie van de factuur van de Franse fotografen te vragen. Wat ik kreeg was echter geen factuur, maar een vrijblijvende offerte voor dat onwaarschijnlijke bedrag van 30.000,- gulden.

De tijd bleef echter dringen, en ik moest voort. Ik vroeg subsidie aan, vond een tweede ontwerper, en een goede drukkerij. Inmiddels waren we diep in het najaar, en Johan’s toestand verslechterde. Het wachten was nog op de inleidende tekst van de Franse auteur Alain Bergala, door de Franse uitgever, in overleg met Johan, hiervoor aangezocht. (Ook diens honorarium bleek achteraf het dubbele te zijn van wat van te voren was afgesproken, omdat ‘het erg veel tijd had gekost het te schrijven’. De verhoogde rekening kwam natuurlijk via de Franse uitgeverij.)

img112

In december 2000 vertrok Johan met familie voor een laatste bezoek aan zijn huis in Spanje, zijn laatste wens. Eind december kwam hij terug, en op 7 januari 2001 is hij overleden.

Ondanks al mijn inspanningen was het niet gelukt om het boek voor zijn dood af te krijgen. Hij vond dat geen probleem, zei hij een paar dagen voor zijn overlijden, hij was er van overtuigd dat het een goed en mooi boek zou worden.

In diezelfde week leverde de Franse auteur eindelijk zijn tekst in. De subsidieaanvraag werd bij een fonds, de Mondriaan Stichting, geaccepteerd, en bij een ander, het Prins Bernhard Cultuurfonds, afgewezen. Weer tegenslag, weer meer kosten. Maar de extra ontwerper voltooide het ontwerp en eind maart 2001 verscheen het boek. Nooit heb ik van de Franse uitgever het bewijs ontvangen dat hij werkelijk zo veel voor de reproductiefoto’s had betaald. En omdat alle kosten gedeeld zouden worden, moest ik hiervan de helft voor mijn rekening nemen. Bovendien kostte het me de grootste moeite om het geld dat ik in de eindafrekening van hem te goed had te incasseren. Wijze les: doe nooit onder tijdsdruk zaken.

Vervolgens mislukte ook nog de boekpresentatie die begin april in het Stedelijk Museum zou plaatsvinden. De conservator fotografie die dat had toegezegd, krabbelde op een onmogelijk laat moment terug. Maar, beloofde ze, daarvoor in de plaats zou het Stedelijk Museum een ‘Johan van der Keuken Studiedag’ organiseren; misschien zelfs wel jaarlijks. Een datum werd niet afgesproken, en die dag is er tot nu toe nog steeds niet gekomen. Zo gaat ons aller, al jaren nog nauwelijks bestaande, Stedelijk Museum met zijn kunstenaars om. Gelukkig is het boek er nog, dat is in ieder geval waardevaster dan de beloftes van een museum en zijn medewerkers. Het is een heel mooi boek, The Lucid Eye / l’Oeil Lucide, en ik ben voor Johan van der Keuken erg blij dat het uiteindelijk toch gelukt is het te voltooien, ondanks alle problemen en tegenslagen.

Maar iedere keer dat ik het boek zie, knarst er toch wat in me.

Fred Schmidt

Fotoboeken populair?

Door het tijdschrift PF/Professionele Fotografie werd mij gevraagd hoe ik dacht over ‘de crisis versus de aanhoudende populariteit van fotoboeken”. Geestige vraag, als je bereid bent de totale naïeviteit die hier uit spreekt grappig te vinden. Helaas zit het allemaal wat anders in elkaar dan het tijdschrift denkt.

xxx

1988, Vijf jaar De Verbeelding (foto: Hans de Wit)

De crisis heeft maar een beperkte invloed op de populariteit van fotoboeken, omdat de laatste jaren, ook zonder de  crisis, de belangstelling voor foto- (en kunst)boeken al sterk was teruggelopen. Zelf heb ik al tien jaar geleden  mijn Boekhandel De Verbeelding (gespecialiseerd in kunst en fotografie) moeten sluiten, en sindsdien zijn er nog  meer op kunst gerichte boekhandels in Amsterdam verdwenen (Art Book, Lankamp & Brinkman, ook kleinere  winkels als Artimo). Na het sluiten van mijn boekhandel ben ik doorgegaan als uitgever van fotoboeken, maar  meer als hobbyist dan als ondernemer.

Het aantal algemene boekhandels in Nederland dat bereid is om niet alleen bestsellers, maar ook moeilijker, of  langzamer, verkopende titels (als fotoboeken) in te kopen, is tegenwoordig op de vingers van een hand te tellen.  Daar staat weliswaar een sterk toegenomen verkoop via webwinkel Bol.com tegenover (en in mindere mate ook  wel via de eigen website van uitgevers), maar fotoboeken moet je echt even kunnen zien voor je tot aanschaf over  gaat, dus is de verkoop al met al toch sterk gedaald.

De dichtsbijzijnde boekhandel met veel fotoboeken zit voor ons Nederlanders nu in Keulen (en ook die winkel  heeft het niet makkelijk). Maar het zijn niet alleen de boekhandels die het af laten weten, er is ook absoluut  minder belangstelling bij een breder publiek. De werkelijk geinteresseerden lijken mij voornamelijk de fotografen  zelf te zijn – het blijft dus grotendeels binnen de eigen kring.

Dit lijkt in tegenspraak met de ogenschijnlijk toegenomen belangstelling voor fotografie in het algemeen. Die is echter voor een groot deel te danken aan de vele bezoekers van de in de laatste jaren opgerichte fotomusea. Maar ik ben bang dat dat ook een beetje een modeverschijnsel is (en dus tijdelijk zal blijken te zijn). Vooral FOAM trekt soms veel publiek, en als er een boek bij een tentoonstelling verkrijgbaar is, wordt dat boek (althans bij FOAM) in het museum zelf goed verkocht. Maar ook dat maakt de teruggelopen verkoop via boekhandels niet goed. De verkoop van fotoboeken in het Haags Fotomuseum of in het Fotomuseum in Rotterdam is overigens volgens mij minimaal.

Toch lijkt het of er tegenwoordig meer fotoboeken verschijnen. Voor een deel zijn dat in eigen beheer gemaakte boeken – veel kunstacademiestudenten maken eigen producties in (heel) kleine oplages, bv. via de Hema, of via Blurb. Daarnaast maakt het subsidiesysteem in Nederland het soms mogelijk een boek te publiceren (via de Mondriaan Stichting, of het Prins Bernhard Cultuurfonds), maar het aantal aanvragen daar is zeer groot, en er worden maar weinig subsidies toegekend. Ook betalen fotografen soms zelf hun publicatie. Het is een statussymbool, en bovendien een fantastisch visitekaartje, dat vaak nieuw werk oplevert; de kosten zijn bovendien aftrekbaar van de belasting. Commercieel door uitgevers uitgegeven fotoboeken zijn er nog maar weinig, althans in het genre dat op de grens van de kunst en de fotografie zit. Kortom, als je wat preciezer kijkt, valt het allemaal niet mee.

Een tijdlang was De Verbeelding de enige in fotografie gespecialiseerde uitgeverij, later zijn er wat meer bijgekomen, maar sommige daarvan zijn ook alweer verdwenen. En ik vrees dat de uitgeverijen waarvan de fotoboeken maar een klein deel van hun uitgeefpakket zijn er nu ook mee zullen stoppen. Daar is de crisis wel van invloed; in moeilijker tijden zullen de duurste producties het eerst verdwijnen.

Het boekenvak is een vreemde branche: als het minder gaat bij een uitgeverij gaat men over het algemeen meer produceren om aan dezelfde verkoop te komen. Die overproductie werkt soms bij romans, of kookboeken, maar bij fotoboeken heeft dat geen zin; daarvoor zijn de productiekosten veel te groot, en de verkoopmogelijkheden veel te klein.

xxx

December 1998, laatste dag Boekhandel De Verbeelding

Bij De Verbeelding zijn de oplagen, vergeleken met tien jaar geleden, zo’n beetje gehalveerd, en het aantal per jaar uitgegeven titels is meer dan gehalveerd. Bij mijn eenmans-hobbybedrijfje kan dat, bij een echt bedrijf is dat natuurlijk een onhoudbare situatie.

De status van fotoboeken is overigens wel gestegen, vooral sinds de publicatie van het tweedelige boek van Martin Parr (The Photobook, A History), waarin ook een aantal (uitverkochte) boeken van Nederlandse fotografen zijn opgenomen (o.a. uitgegeven door De Verbeelding). Die boeken zijn nu antikwarisch tamelijk duur, maar in de dagelijkse praktijk heeft dat geen enkel positief gevolg gehad. Sommige mensen zijn wel bereid om voor die zeldzame boeken nu veel te betalen, maar diezelfde mensen kopen nog steeds niet de boeken die nu verschijnen, en die interessant zouden kunnen worden. Ze wachten weer liever tot iemand ze achteraf vertelt wat ze indertijd hadden moeten kopen. Kortom, er is geen hoop op verbetering. De toestand is nog slechter dan tien jaar geleden. Ik voorzie dat in de toekomst nog alleen door fotografen zelf in eigen beheer gemaakte boeken in zeer kleine oplagen zullen verschijnen. En misschien is dat eigenlijk wel een goede oplossing.

Fred Schmidt