Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for oktober, 2009

The Lucid Eye

c2001KeukenTheLucidEyeTheP

Johan van der Keuken leerde ik kennen in 1980. In dat jaar verscheen bij Uitgeverij & Boekhandel Van Gennep, waar ik toen werkte, zijn boek Zien Kijken Filmen – Foto’s, teksten en interviews. Dit tamelijk eenvoudig uitgevoerde boek (zoals in die tijd gangbaar was) maakte indruk op me doordat de fotograaf/auteur combinaties maakte en verbanden legde die me erg aanspraken: kunst met politiek, tekst met beeld, werk met privé. Alleen al de titel van de in het boek opgenomen columns die hij schreef voor het filmblad Skrien: ‘Uit de wereld van een kleine zelfstandige’. Meesterlijk vond ik dat – hij was dan wel een kunstenaar, maar een zonder de bijbehorende pretenties, sprak uit die titel. Ook waren in het boek wat, matig afgedrukte, foto’s opgenomen uit de drie fotoboeken die Van der Keuken eind jaren ’50, begin jaren ’60, had gemaakt: Wij zijn 17 (1955), Achter glas (1957) en Paris Mortel (1963). Alledrie die boeken heb ik daarna snel aangeschaft – ze waren tweedehands toen nog vrij makkelijk, en goedkoop, te achterhalen. Heden ten dage wordt er in het antikwariaat voor deze titels respectievelijk € 595,-, € 1695,- en €1795,- gevraagd. (Van Wij zijn 17 heeft De Verbeelding in 2005 in samenwerking met Galerie Paul Andriesse nog een heruitgave gemaakt, maar die editie is ook alweer uitverkocht.)

img1131

Toen ik in 1983 mijn eigen boekhandel begon in de Utrechtsestraat bleef ik Johan daar regelmatig zien, en natuurlijk volgde ik de bijzondere films die hij maakte. In het voorjaar van het jaar 2000, ik was inmiddels van boekhandelaar uitgever geworden, belde Johan me op met de vraag of ik wilde helpen bij het uitgeven van een oeuvre-overzicht van zijn foto’s. Weliswaar was in 1998 in Frankrijk (waar hij een grotere populariteit genoot dan in Nederland) bij Cahiers Du Cinéma al een overzichtsboek van hem verschenen (Aventures d’un Regard – Films Photos Textes, eigenlijk een mooiere en uitgebreidere versie van het Van Gennep boek uit 1980), en ook was in 1991 al eens bij Fragment het fotoboek After-image / Nabeeld verschenen, maar er was een speciale reden waarom hij nu een door hemzelf samengesteld overzicht van zijn fotografische werk wilde hebben. Daarvoor was hij al in contact met, en aan het werk met, de kleine Franse uitgeverij Editions de l’Oeil. Voor deze uitgeverij was het project echter te hoog gegrepen, en Johan hoopte met een co-uitgever erbij het project toch te kunnen laten slagen. En er was enige haast, zo bleek toen ik bij hem langs ging aan de Oude Schans. Hij vertelde ernstig ziek te zijn, en had nog maar kort te leven. (Ik heb bij drie fotografen die aan het eind van hun leven nog een boek wilden aan hun sterfbed gezeten: bij Ed van der Elsken, bij Johan van der Keuken, en, recentelijk, bij Dirk Buwalda).

Met de Franse uitgever was Johan al aan het project begonnen, maar dat ging veel te langzaam – hij hoopte dat ik wat vaart achter de productie zou kunnen zetten. En ook was de financiering, natuurlijk, een probleem.

Ik besloot eerst maar eens naar Parijs te rijden om met Editions de l’Oeil te gaan overleggen. Daar bleek dat deze uitgeverij tot dan toe eigenlijk maar een ding had gedaan, of eigenlijk laten doen. Johan wilde voor het boek de mooie prints gebruiken die hij van zijn beste foto’s in de loop ter tijden had gemaakt, of laten maken. Deze prints waren over het algemeen te groot voor de scanners die in die tijd bij drukkerijen in gebruik waren, dus was er voor gekozen om de prints te laten fotograferen en van die foto’s van de foto’s digitale bestanden te laten maken ten behoeve van de boekproductie. De Franse uitgever had daarom twee Parijse fotografen naar Amsterdam gestuurd om dit karwei te klaren. Deze fotografen trokken een paar dagen in een Amsterdams hotel en maakten overdag opnamen bij Johan thuis van de foto’s die in het boek zouden moeten komen  staan. De kosten hiervoor waren,

volgens de Franse uitgever, 30.000,- gulden (het was nog gulden-tijd) plus reis- en verblijfkosten. Dat leek me een hele hoop geld voor een karweitje

img117

van twee-en-een-halve dag. Bij het overleg over voor welke drukkerij (en in welk land) zou worden gekozen, ontstond een discussie. Mijn argument dat alleen in Amsterdam ook de zieke Johan enig toezicht zou kunnen houden was natuurlijk doorslaggevend. Wel vond de Franse uitgever dat ik in dat geval zijn reiskosten zou moeten betalen als hij kwam kijken wanneer er gedrukt werd…

Gezamenlijk besloten we er een tweetalige editie van te maken, met de tekst in het Frans en het Engels (en niet ook in het Nederlands – dat zou te veel ruimte innemen).

Terug in Amsterdam, waar de tijd drong, was mijn eerste opdracht om te proberen subsidie voor deze uitgave te verkrijgen – altijd een ondankbaar werkje, omdat er vaker wordt afgewezen dan toegewezen.

Vervolgens bleek er nog een probleem te zijn. De ontwerper waar Johan al mee aan de slag was gegaan, bleek wel in staat om het ontwerp vorm te geven wat betreft het formaat en de rangschikking van de foto’s (in nauw overleg met Johan zelf), maar bleek niet in staat om dat ontwerp in het computerprogramma te plaatsen waarin het aan een drukkerij moet worden aangeleverd. Er bleek dus een tweede ontwerper nodig te zijn die dat wel kon. En dat betekende bijna dubbele ontwerpkosten…

Inmiddels had ik ook zo links en rechts bij wat fotografen geïnformeerd wat het fotograferen van zo’n 400 foto’s zou mogen kosten (zonder in details te treden). De prijsopgaves wisselden, maar het bleek altijd tussen de 6000,- en 9000,- gulden te zijn. Met andere woorden: verschrikkelijk veel minder dan de prijs die de Franse uitgever opgaf. Ik besloot de Franse uitgever, ook omdat het nodig was voor de subsidieaanvraag, om een kopie van de factuur van de Franse fotografen te vragen. Wat ik kreeg was echter geen factuur, maar een vrijblijvende offerte voor dat onwaarschijnlijke bedrag van 30.000,- gulden.

De tijd bleef echter dringen, en ik moest voort. Ik vroeg subsidie aan, vond een tweede ontwerper, en een goede drukkerij. Inmiddels waren we diep in het najaar, en Johan’s toestand verslechterde. Het wachten was nog op de inleidende tekst van de Franse auteur Alain Bergala, door de Franse uitgever, in overleg met Johan, hiervoor aangezocht. (Ook diens honorarium bleek achteraf het dubbele te zijn van wat van te voren was afgesproken, omdat ‘het erg veel tijd had gekost het te schrijven’. De verhoogde rekening kwam natuurlijk via de Franse uitgeverij.)

img112

In december 2000 vertrok Johan met familie voor een laatste bezoek aan zijn huis in Spanje, zijn laatste wens. Eind december kwam hij terug, en op 7 januari 2001 is hij overleden.

Ondanks al mijn inspanningen was het niet gelukt om het boek voor zijn dood af te krijgen. Hij vond dat geen probleem, zei hij een paar dagen voor zijn overlijden, hij was er van overtuigd dat het een goed en mooi boek zou worden.

In diezelfde week leverde de Franse auteur eindelijk zijn tekst in. De subsidieaanvraag werd bij een fonds, de Mondriaan Stichting, geaccepteerd, en bij een ander, het Prins Bernhard Cultuurfonds, afgewezen. Weer tegenslag, weer meer kosten. Maar de extra ontwerper voltooide het ontwerp en eind maart 2001 verscheen het boek. Nooit heb ik van de Franse uitgever het bewijs ontvangen dat hij werkelijk zo veel voor de reproductiefoto’s had betaald. En omdat alle kosten gedeeld zouden worden, moest ik hiervan de helft voor mijn rekening nemen. Bovendien kostte het me de grootste moeite om het geld dat ik in de eindafrekening van hem te goed had te incasseren. Wijze les: doe nooit onder tijdsdruk zaken.

Vervolgens mislukte ook nog de boekpresentatie die begin april in het Stedelijk Museum zou plaatsvinden. De conservator fotografie die dat had toegezegd, krabbelde op een onmogelijk laat moment terug. Maar, beloofde ze, daarvoor in de plaats zou het Stedelijk Museum een ‘Johan van der Keuken Studiedag’ organiseren; misschien zelfs wel jaarlijks. Een datum werd niet afgesproken, en die dag is er tot nu toe nog steeds niet gekomen. Zo gaat ons aller, al jaren nog nauwelijks bestaande, Stedelijk Museum met zijn kunstenaars om. Gelukkig is het boek er nog, dat is in ieder geval waardevaster dan de beloftes van een museum en zijn medewerkers. Het is een heel mooi boek, The Lucid Eye / l’Oeil Lucide, en ik ben voor Johan van der Keuken erg blij dat het uiteindelijk toch gelukt is het te voltooien, ondanks alle problemen en tegenslagen.

Maar iedere keer dat ik het boek zie, knarst er toch wat in me.

Fred Schmidt

Advertenties

Read Full Post »

Door het tijdschrift PF/Professionele Fotografie werd mij gevraagd hoe ik dacht over ‘de crisis versus de aanhoudende populariteit van fotoboeken”. Geestige vraag, als je bereid bent de totale naïeviteit die hier uit spreekt grappig te vinden. Helaas zit het allemaal wat anders in elkaar dan het tijdschrift denkt.

xxx

1988, Vijf jaar De Verbeelding (foto: Hans de Wit)

De crisis heeft maar een beperkte invloed op de populariteit van fotoboeken, omdat de laatste jaren, ook zonder de  crisis, de belangstelling voor foto- (en kunst)boeken al sterk was teruggelopen. Zelf heb ik al tien jaar geleden  mijn Boekhandel De Verbeelding (gespecialiseerd in kunst en fotografie) moeten sluiten, en sindsdien zijn er nog  meer op kunst gerichte boekhandels in Amsterdam verdwenen (Art Book, Lankamp & Brinkman, ook kleinere  winkels als Artimo). Na het sluiten van mijn boekhandel ben ik doorgegaan als uitgever van fotoboeken, maar  meer als hobbyist dan als ondernemer.

Het aantal algemene boekhandels in Nederland dat bereid is om niet alleen bestsellers, maar ook moeilijker, of  langzamer, verkopende titels (als fotoboeken) in te kopen, is tegenwoordig op de vingers van een hand te tellen.  Daar staat weliswaar een sterk toegenomen verkoop via webwinkel Bol.com tegenover (en in mindere mate ook  wel via de eigen website van uitgevers), maar fotoboeken moet je echt even kunnen zien voor je tot aanschaf over  gaat, dus is de verkoop al met al toch sterk gedaald.

De dichtsbijzijnde boekhandel met veel fotoboeken zit voor ons Nederlanders nu in Keulen (en ook die winkel  heeft het niet makkelijk). Maar het zijn niet alleen de boekhandels die het af laten weten, er is ook absoluut  minder belangstelling bij een breder publiek. De werkelijk geinteresseerden lijken mij voornamelijk de fotografen  zelf te zijn – het blijft dus grotendeels binnen de eigen kring.

Dit lijkt in tegenspraak met de ogenschijnlijk toegenomen belangstelling voor fotografie in het algemeen. Die is echter voor een groot deel te danken aan de vele bezoekers van de in de laatste jaren opgerichte fotomusea. Maar ik ben bang dat dat ook een beetje een modeverschijnsel is (en dus tijdelijk zal blijken te zijn). Vooral FOAM trekt soms veel publiek, en als er een boek bij een tentoonstelling verkrijgbaar is, wordt dat boek (althans bij FOAM) in het museum zelf goed verkocht. Maar ook dat maakt de teruggelopen verkoop via boekhandels niet goed. De verkoop van fotoboeken in het Haags Fotomuseum of in het Fotomuseum in Rotterdam is overigens volgens mij minimaal.

Toch lijkt het of er tegenwoordig meer fotoboeken verschijnen. Voor een deel zijn dat in eigen beheer gemaakte boeken – veel kunstacademiestudenten maken eigen producties in (heel) kleine oplages, bv. via de Hema, of via Blurb. Daarnaast maakt het subsidiesysteem in Nederland het soms mogelijk een boek te publiceren (via de Mondriaan Stichting, of het Prins Bernhard Cultuurfonds), maar het aantal aanvragen daar is zeer groot, en er worden maar weinig subsidies toegekend. Ook betalen fotografen soms zelf hun publicatie. Het is een statussymbool, en bovendien een fantastisch visitekaartje, dat vaak nieuw werk oplevert; de kosten zijn bovendien aftrekbaar van de belasting. Commercieel door uitgevers uitgegeven fotoboeken zijn er nog maar weinig, althans in het genre dat op de grens van de kunst en de fotografie zit. Kortom, als je wat preciezer kijkt, valt het allemaal niet mee.

Een tijdlang was De Verbeelding de enige in fotografie gespecialiseerde uitgeverij, later zijn er wat meer bijgekomen, maar sommige daarvan zijn ook alweer verdwenen. En ik vrees dat de uitgeverijen waarvan de fotoboeken maar een klein deel van hun uitgeefpakket zijn er nu ook mee zullen stoppen. Daar is de crisis wel van invloed; in moeilijker tijden zullen de duurste producties het eerst verdwijnen.

Het boekenvak is een vreemde branche: als het minder gaat bij een uitgeverij gaat men over het algemeen meer produceren om aan dezelfde verkoop te komen. Die overproductie werkt soms bij romans, of kookboeken, maar bij fotoboeken heeft dat geen zin; daarvoor zijn de productiekosten veel te groot, en de verkoopmogelijkheden veel te klein.

xxx

December 1998, laatste dag Boekhandel De Verbeelding

Bij De Verbeelding zijn de oplagen, vergeleken met tien jaar geleden, zo’n beetje gehalveerd, en het aantal per jaar uitgegeven titels is meer dan gehalveerd. Bij mijn eenmans-hobbybedrijfje kan dat, bij een echt bedrijf is dat natuurlijk een onhoudbare situatie.

De status van fotoboeken is overigens wel gestegen, vooral sinds de publicatie van het tweedelige boek van Martin Parr (The Photobook, A History), waarin ook een aantal (uitverkochte) boeken van Nederlandse fotografen zijn opgenomen (o.a. uitgegeven door De Verbeelding). Die boeken zijn nu antikwarisch tamelijk duur, maar in de dagelijkse praktijk heeft dat geen enkel positief gevolg gehad. Sommige mensen zijn wel bereid om voor die zeldzame boeken nu veel te betalen, maar diezelfde mensen kopen nog steeds niet de boeken die nu verschijnen, en die interessant zouden kunnen worden. Ze wachten weer liever tot iemand ze achteraf vertelt wat ze indertijd hadden moeten kopen. Kortom, er is geen hoop op verbetering. De toestand is nog slechter dan tien jaar geleden. Ik voorzie dat in de toekomst nog alleen door fotografen zelf in eigen beheer gemaakte boeken in zeer kleine oplagen zullen verschijnen. En misschien is dat eigenlijk wel een goede oplossing.

Fred Schmidt

Read Full Post »